Coöperatief leren

De leerkrachten van De Duinsprong maken meerdere keren per week gebruik van 'Coöperatief leren'.
Bij Coöperatief leren werken leerlingen samen in kleine groepen volgens specifieke stappen. Kenmerkend hiervoor is onder andere dat elke leerling in het groepje een gelijk aandeel levert aan de activiteit. Er zijn dus geen toeschouwers of meelifters. De leerlingen doen om de beurt iets, krijgen evenveel tijd of werken allemaal met een andere kleur. Zo zijn de leerlingen individueel aanspreekbaar. Doordat allen erbij betrokken zijn, is elke leerling in staat om het resultaat toe te lichten. Bij Coöperatief leren zijn de leerlingen ook positief van elkaar afhankelijk. Dat betekent: ze hebben elkaar nodig om de opdracht goed uit te kunnen voeren. Ook zijn meer leerlingen tegelijk actief, zodat de leertijd veel effectiever benut wordt.

Coöperatief leren gaat uit van vijf basisprincipes:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid. De opdracht kan alleen succesvol uitgevoerd worden als elk kind in het groepje zijn bijdrage levert. De didactische structuren zorgen ervoor dat elke leerling actief deelneemt aan de taak. Ook de bijdrage van de zwakke leerlingen is waardevol, wat een positieve invloed heeft op hun zelfbeeld.
2. Individuele verantwoordelijkheid. Elk kind is verantwoordelijk voor zijn eigen bijdrage aan het geheel van de opdracht. De leerkracht kan terugzien wat elke leerling gedaan heeft, door bijvoorbeeld met verschillende kleuren pennen te werken.
3. Directe interactie. De kinderen wisselen hun ideeën, kennis en meningen samen uit. Goede interactie is belangrijk voor het leerproces en de uitkomst van de opdracht.
4. Samenwerkingsvaardigheden. De leerkracht kiest per les een vaardigheid uit en besteedt hier vooraf bewust aandacht aan. Bij de evaluatie komt hij erop terug.
5. Evaluatie van het groepsproces. De groepsleden bespreken eerst met elkaar hoe de samenwerking ging. Daarna wordt er klassikaal geëvalueerd.

Er zijn zeventien coöperatieve werkvormen, die de leerkracht kan inzetten in de les. Bijvoorbeeld het woordenweb of de placemat. De werkvormen verschillen in tijdsduur, maar ook in complexiteit. Bij de werkvormen zijn verschillende samenwerkingsvaardigheden nodig. De ene werkvorm is geschikt als startopdracht, terwijl de andere werkvorm een goede verwerkingsopdracht is. Het is belangrijk dat de leerkracht de werkvorm inzet zoals hij bedoelt is, want dan komt hij het beste tot zijn recht.
Coöperatief leren heeft veel voordelen. De betrokkenheid is hoger. En leerlingen mogen doen wat ze graag doen: praten, bewegen en actief bezig zijn. Dit komt het leren ten goede. Daarnaast voelen ze zich onderdeel van een team en de klas. Bij Coöperatief leren gaat het dus niet alleen om de leerstof: de kinderen ontwikkelen ook sociaal-emotionele vaardigheden en metacognitie.
Een bekende naam bij Coöperatief leren is Spencer Kagan. Hij is de grondlegger van succesvol Coöperatief leren.

De leerkrachten van de Duinsprong zijn gecertificeerd om als leerkracht op een goede manier coöperatieve lessen te verzorgen.