Toelichting rapporten

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET RAPPORT

Alle leerlingen krijgen een rapportmap. In de rapportmap worden alle rapporten van uw kind opgenomen. De map gaat mee tot het einde van de schoolloopbaan.
Per schooljaar wordt 2x een rapport meegegeven (februari en juli). Doordat alle rapporten in de map bewaard worden, krijgt u een goed beeld van de schoolloopbaan van uw kind.

 

Opbouw van het rapport van groep 2

In de groepen 1-2 wordt gewerkt met het observatie-registratiesysteem Bosos. Hierin wordt de ontwikkeling van de kleuters gevolgd. Het rapport voor de leerlingen van groep 2 is samengesteld uit een observatielijst uit dit registratiesysteem en een specifiek schoolgedeelte. Dit geeft een beeld van de ontwikkeling van uw kind op dit moment.
De waardering van de observatielijst wordt aangegeven met de woorden “ja” of “nog niet”. De waardering van het specifieke schoolgedeelte wordt aangegeven met de woorden: “nooit”, “weinig”, “soms”, “vaak” en “altijd”.

 

Opbouw van het rapport van groep 3 t/m 8
  • Ieder rapport is op dezelfde wijze opgebouwd. Eigenlijk bestaat het uit drie delen:
    Het eerste deel geeft een beoordeling over allerlei aspecten van de sociaal- emotionele ontwikkeling van uw kind. Hierin zijn de Kanjerafspraken verwerkt. Voor de beoordeling gebruiken we de woordwaardering onvoldoende, matig, voldoende, ruim voldoende en goed.
  • Het tweede deel geeft een beoordeling van de prestaties op de leervakken lezen, spelling, rekenen, taal, schrijven en de wereldoriënterende vakken, waarbij de leervakken niet in alle jaargroepen hetzelfde zijn. Voor de beoordeling hanteren we een cijferschaal: alles lager dan een 5 wordt aangegeven met “onvoldoende”, daarna loopt de schaal als volgt op: 5, 5.5, 6, 6.5, 7, 7.5, 8, 8.5, 9, 9.5 en 10. Wij baseren de rapportcijfers op methodegebonden toetsen en cito. Dit gebeurt op basis van 50%.

In de rapporten van groep 3 worden geen cijfers gebruikt. Daar staat een woordwaardering: “onvoldoende”, “matig”, “voldoende”, “ruim voldoende” en “goed”.
Eventueel wordt deze woordwaardering in enkele zinnen toegelicht.

  • In het derde deel vindt u een waardering voor expressie en gym.
  • Tot slot is een ruimte voor opmerkingen. De leerkrachten hebben de keuze om deze ruimte wel of niet in te vullen.

 

Rapportbesprekingen

Eerste rapport
Voor de bespreking van het eerste rapport van uw kind wordt iedere ouder / verzorger in februari uitgenodigd voor een 10-minutengesprek. Als de bespreektijd van 10 minuten te kort is, dan maakt de leerkracht met u een afspraak voor een uitgebreider gesprek.

Tweede rapport
Het tweede rapport, laatste schoolweek, wordt in principe niet met ouders / verzorgers besproken. Gesprekken over wel/ niet doorgaan naar de volgende groep zijn dan al gevoerd met ouders. In de overdracht naar de volgende groep worden de afspraken die van belang zijn meegenomen.

 

Leerlingvolgsysteem

De Duinsprong maakt gebruik van het CITO-leerlingvolgsysteem. Elk schooljaar wordt een M- toets (Midden-schooljaar) en een E-toets afgenomen (Einde-schooljaar). Bij zowel het eerste rapport als het tweede rapport zit een uitdraai van ons leerlingvolgsysteem, waarin de behaalde resultaten van de cito-toetsen staan weergegeven. Alleen bij kinderen waarbij de voortgang in het technisch-leestraject moeizaam verloopt, wordt ook tussentijds getoetst.

Toelichting leerlingvolgsysteem
Het leerlingvolgsysteem (LVS) is een hulpmiddel om kinderen gedurende hun hele basisschooltijd in hun ontwikkeling te volgen met behulp van toetsen. Door de vorderingen van elk individueel kind in het oog te houden, kan het onderwijsprogramma optimaal op de leerling worden afgestemd. Om u zo goed mogelijk te informeren hebben wij getracht dit overzicht voor u te verduidelijken.

Afname datum: De datum waarop de toets in ons leerlingvolgsysteem is ingevoerd.

Toets versie: Het Citosysteem bestaat uit een lange reeks verschillende toetsen. In de meeste leerjaren zijn dat er twee: Een M-toets voor het midden van het schooljaar en een E-toets voor het eind van het schooljaar.
Staat er E5 dan betekent dit: Eind versie van toets groep 5.

Score: Dit zijn het aantal goed beantwoorde opgaven van de toets.

VS: Vaardigheidsscore
Dit getal geeft aan in welke mate de leerling de vaardigheid van bijvoorbeeld ‘woordenschat’ beheerst. Hoe hoger de vaardigheidsscore, hoe hoger de ‘woordenschat-vaardigheid’ van de leerling is. De leerkracht kan de ontwikkeling van een leerling in een bepaald vakgebied, bijvoorbeeld ‘woordenschat’ met de vaardigheidsscore volgen.

DL: Didactische Leeftijd
Dit is een maat voor de duur van het genoten onderwijs vanaf groep 3. Per jaar neemt de didactische leeftijd van ieder kind vanaf groep 3 met 10 toe. Je start groep 3 met een DL van 0 en je eindigt groep 8 met een DL van 60, tenzij er een doublure heeft plaatsgevonden.

I-V:
De toets resultaten worden uitgedrukt in een cijfer, waarmee het niveau aangegeven
wordt. Daarvoor wordt de volgende schaal gehanteerd:
I ver boven gemiddelde
II boven het gemiddelde
III gemiddeld
IV onder het gemiddelde
V ver onder het gemiddelde
Iedere schaal begrenst 20 % van de gemiddelde score op landelijk niveau.

FN: Functioneringsniveau
Het functioneringsniveau geeft aan met welke gemiddelde leerling in het reguliere basisonderwijs de vaardigheid van de getoetste leerling te vergelijken is. Is het FN bijvoorbeeld M6, dan heeft uw kind bij deze toets een score gehaald dat overeenkomt met het niveau van januari groep 6.

DLE: Didactische Leeftijd Equivalent.
Het Didactische Leeftijd Equivalent is een maat voor de vordering in de leerstof. Het DLE drukt uit op welk niveau een leerling staat met het beheersen van de leerstof in relatie met de didactische leeftijd of te wel het aantal maanden onderwijs.

LR%: Leerrendement
De verhouding tussen de didactische leeftijd (DL) en de Didactische Leeftijd Equivalent (DLE) heet het leerrendement. Als DL en DLE gelijk zijn is dat 100 %.
Is de DLE hoger dan de DL dan is er sprake van een voorsprong en heeft het kind een LR% van meer dan 100%. Is de DLE lager dan de DL dan is er sprake van een achterstand en zal het LR% lager zijn dan 100%. Een ‘kritische’ grens ligt op 80%.

NORM: Normering
Alleen bij de toets AVI staat er een normering. De normering geeft het behaalde beheersingsniveau van het AVI-lezen aan.

Mochten er nog onduidelijkheden zijn over het toets verzicht, dan kunt u altijd uw vragen stellen bij de leerkracht en/of de intern begeleider van uw kind.